De val van een legende: hoe 1. FC Köln in 1998 voor het eerst uit de Bundesliga verdween

Na 35 onafgebroken jaren in de Bundesliga verliet 1. FC Köln op 9 mei 1998 voor het eerst de Duitse topcompetitie. Een combinatie van trainerswissel, zwakke resultaten en een omstreden handspeluitsluiting zorgde voor een irreversiebel moment in de clubgeschiedenis.
Een era eindigt abrupt
Op 9 mei 1998 viel het doek. Na 35 jaren waarin 1. FC Köln geen dag uit de Bundesliga had hoeven weg, stond de degradatie vast. Het was geen plotselinge instorting, maar eerder het eindpunt van een jarenlange achteruitgang: vertrek van sterrenpelers, trainerscrisis, gemiste kansen en één cruciale rol van scheidsrechter Uwe Kemmling in Gelsenkirchen. De Duitse voetbalclub die in 1963/64 als eerste kampioen ooit in het gloednieuwe Bundesliga-tijdperk was gekroond, moest nu voor het eerst naar beneden.
Jaar nul begint in de jaren negentig
De vermoeidheid begon veel eerder. Weltmeister Pierre Littbarski vertrok in 1993, doelman Bodo Illgner volgde in 1996. Met elke afsluiting verloor Köln wezenlijke kwaliteit. Een ander moment waarop veel supporters het einde van de 'gouden jaren' dateren, was de dood van spits Maurice Banach op 17 november 1991. Hij overleed in een verkeersongeval na 49 Bundesliga-wedstrijden waarin hij 24 doelpunten maakte. Voor velen symboliseerde Banachs dood het begin van het einde van Kölns status als topclub.
Neururer raakt zijn baan kwijt na negen speeldagen
In het seizoen 1997/98 begon Köln met valse hoop. Na een 3-2-thuiszege tegen MSV Duisburg volgden klappen: 0-3 in Dortmund, 1-4 in Mönchengladbach. Reeds in september 1997, na een nederlaag bij Hertha BSC, moest trainer Peter Neururer vertrekken. Zijn vervanger, Lorenz-Günther Köstner, bracht aanvankelijk wat optimisme – een 2-1-zege uit tegen Rostock – maar Köln overwintered op de laatste plaats. Pas met het nieuwe jaar draaide de toon. Successen in januari en februari, waaronder een verrassende 2-0-zege tegen Bayern München op speeldag 24, gaven hope. Toch bleven punten liggen vanwege merkwaardige omstandigheden: een onduidelijke afzijding tegen Hansa Rostock kostte een doelpunt van Toni Polster.
Het schandaalspel op Schalke: Helds leugen
Op 29 april 1998 speelde Köln een uitstelling op Schalke voor meer dan 55.000 toeschouwers. In de 80e minuut schoot René Tretschok van ongeveer 14 meter op doel. Keeper Jens Lehmann keek machteloos toe. Maar Oliver Held tikte de bal op de doellijn weg – met de hand. Scheidsrichter Kemmling zag het niet, vroeg Held erover, en deze loog: hij zei dat hij de bal met zijn hoofd had weggewerkt. Geen strafschop, geen rode kaart. In de 90e minuut maakte Schalkes Radoslav Latal het 1-0. Een wedstrijd die zonder de fout van Kemmling mogelijk anders zou zijn afgelopen. Jaren later gaf Held tegenover de Kölner Stadt-Anzeiger toe: 'Ik heb me eerst voor mijn team gekozen, niet voor wat werkelijk gebeurd was.' De DFB zette Held vervolgens voor twee wedstrijden uit – een uniek geval in de Bundesliga-geschiedenis. Polster, woedend, zei over Held: 'De scheidsrechter vraagt Oliver Held of het handspel was en die zegt nee. Daarvoor mag hij zijn hele leven geen geluk hebben.'
Geen terugkeer mogelijk na de schok van Gelsenkirchen
Köln herstelde zich niet van Schalke. Op speeldag 33 verloor het uit tegen Bielefeld (1-2), waar ex-Kölner Uwe Fuchs twee keer scoorde. Het laaste thuisduel tegen Bayer Leverkusen eindigde 2-2, ondanks een 2-0-voorsprong. Borussia Mönchengladbach, dat elders van Wolfsburg won (2-0), zekerden zich van lijfsbehoud. Köln miste exact drie punten. Toen scheidsrechter Hartmut Strampe het slotfluitsignaal gaf, werd het stil in het Müngersdorfstadion. Via de geluidsinstallatie klonk 'Niemals geht man so ganz'. Supporters van alle leeftijden huilden openlijk. Fan Silvia Krüger vertelde later aan GEISSBLOG: 'Ik heb nog nooit zoveel huilende mannen gezien. Mijn vader zei dat het aanvoelde als of iemand uit de familie was gestorven.'
Hamburg bleef staan, Köln verdween
Met Kölns degradatie verliet het 15e oprichtslid van de Bundesliga de eerste divisie. De Hamburger SV werd nu de enige club die sinds 1963 onafgebroken bovenaan had gestaan – een onderscheid dat tot 2018 zou voortduren. Voor Hamburg bracht dit de bijnaam 'Bundesliga-Dino' met zich mee, een eretitel die eerder door beide clubs werd gedeeld. Köln keerde na twee seizoenen in de Zweite Bundesliga terug (2000/01), maar degradeerde wederom in 2002. Van onwrikbare klassieker groeide de club uit tot een draaideurklubbe. Wat in 1998 gebeurde, was minder een abrupte inzinking dan het bewezen eindpunt van jarenlange erosie – versneld door financieel wanbeleid, cruciale gemiste gelegenheden en onfortuinlijke timing.
Related
Source: Via Derwesten.de (GNews)
Comments
- Be the first to comment.